Docent Speciaal Onderwijs: Topcoach voor de klas

Docent speciaal onderwijs is topcoach voor de klas

Werken in het speciaal onderwijs is topsport. Alleen wordt dit niet zo uitgelegd en ook niet zo gewaardeerd. Onze leerkrachten in het voortgezet speciaal onderwijs staan voor grotere uitdagingen dan hun vakgenoten in het reguliere onderwijs. De kwaliteit van een leerkracht wordt pas echt op de proef gesteld als je een paar ADHD’ers, leerlingen met angststoornissen of autisme in de klas hebt. Van een VSO-leerkracht wordt meer gevraagd: het gaat er niet alleen om of je kennis kunt overdragen, je bent ook (her)opvoeder.

En daarom vind ik het raar dat onze leerkrachten nog steeds onder het primair onderwijs vallen. Dat is onterecht. Op een universiteit verdienen docenten drie keer zo veel terwijl het veel eenvoudiger is om daar les te geven. Het IQ van de leerlingen ligt hoger, de motivatie is er en vanuit huis is de steun er van de ouders.

In het speciaal onderwijs ontbreekt dit juist vaak. Leerlingen komen getraumatiseerd en gefrustreerd binnen. Hebben te maken met beperkingen en negatieve ervaringen op eerdere scholen. Ze hebben de ene teleurstelling nog niet verwerkt, of de volgende volgt al weer. 

Bij de leraar of juf op de reguliere school lukt het niet. Dus moet het kind maar naar de directeur. Daar lukt het ook niet, dus moet het kind naar het speciaal onderwijs. Leren doet voor deze kinderen zeer. En als zij zo bij ons binnenkomen, zijn deze leerlingen allesbehalve ontvankelijk voor leren. Onze leerkrachten doen aan topsport. Ze krijgen leerlingen uiteindelijk wel in de leerstand, maar daar is tijd, begrip en ondersteuning voor nodig. Een kind  moet het eerst weer leuk gaan vinden om naar school te gaan. Ervaren dat onderwijs hen een kans op een beter leven biedt.

Daar gaat vaak een traject aan vooraf met therapie en traumaverwerking. Door negatieve ervaringen trekken leerlingen een muur op. Het is toch nooit goed wat ze doen. Het is vergelijkbaar met de liefde: ben je daarin vaak teleurgesteld, dan wil je voorkomen dat je opnieuw gekwetst wordt. Als de muur is afgebroken, kan pas een inhaalslag gemaakt worden, omdat kinderen op een bepaald vak een achterstand hebben opgelopen. 

Onze leerlingen moeten naast de reguliere vakken ook op sociaal vlak worden voorbereid. Ze komen vaak uit milieus waar wordt geworsteld met veel problemen. Ouders zijn niet of minder betrokken, omdat ze zelf tot over de oren in de problemen zitten. De aandacht voor het kind is daardoor minder met als gevolg dat leerkrachten een taak erbij hebben: heropvoeden. Dit is echt heel iets anders dan voor de klas staan in een nieuwbouwwijk met daarin dertig gemotiveerde kinderen en betrokken ouders.

Vroeger was het speciaal onderwijs een dagbesteding. Maar nu vallen we binnen het inspectiekader van het regulier onderwijs. Dat is heel goed, want het betekent dat onze leerlingen dezelfde kansen hebben en krijgen als kinderen op reguliere scholen. Van onze leerkrachten en ons onderwijs wordt hetzelfde verwacht als van het regulier. Waarom wordt er alleen nog steeds voorbij gegaan aan het feit dat op onze scholen de kinderen eerst ontvankelijk moeten worden om te leren? 

Ik blijf het zeggen, er is geen woord gelogen als we stellen dat op onze scholen topsport wordt bedreven door onze leerkrachten. En dat wordt slecht begrepen en uitgelegd. Onze tak van sport vraagt om meer dan lesgeven alleen. En dat is voor mij een goede legitimatie voor meer salaris voor het personeel dat werkt op het speciaal onderwijs. Ik steun deze leerkrachten, die soms meer lijken op topcoaches. Want er kan en mag maar een winnaar zijn: onze kinderen.