Autisme is niet blauw, smurfen wel!

Autisme is niet blauw smurfen wel Blog over autisme

Nadat ik vorig jaar een column over de kleur blauw had geschreven, ontdekte ik het boek Autisme is niet blauw, smurfen wel van de Vlaamse autismedeskundige Peter Vermeulen. Het boek staat vol rake en scherpe observaties (zelf noemt hij het ‘politiek incorrecte verhalen’) over autisme.

Waarom alleen blauw als autisme zo divers is?

Zo ergert hij zich blauw aan het feit dat er elk jaar op Wereld Autismedag gebouwen in de blauwe schijnwerpers worden gezet: ‘Jarenlang timmeren we aan de weg om iedereen bewuster te maken van de diversiteit onder mensen met autisme,’ schrijft hij, ‘en plots is autisme alleen nog maar blauw. De regenboogkleuren zouden het idee van een autismespectrum beter uitdrukken, maar ja, daarvoor zijn we te laat: zowel vredesactivisten als de homobeweging hebben die regenboog al opgeëist.’

Wegnemen vooroordelen autisme is belangrijker dan bekender maken

Bovendien is autisme meer bekend maken helemaal niet nodig, vindt Vermeulen; autisme is al bekend genoeg. Wat nog wel nodig is, is het wegnemen van misverstanden over autisme (bijvoorbeeld dat autisten allemaal bijzondere talenten hebben en dat ze goed zijn met computers) en het beter bekend maken van hoe we de levenskwaliteit van mensen met autisme kunnen verbeteren. ‘Maar dat doe je niet door één dag alles blauw te kleuren. Dat doe je door elke dag concreet werk te maken van autismevriendelijkheid en betrouwbare en accurate kennis over autisme te verspreiden.’

Nog een politiek incorrect verhaal: het begrip autisme is in de laatste twee decennia dermate uitgebreid en vervaagd, dat men wat men vroeger ‘atypisch’ of ‘autistiform’ noemde, nu typisch vindt en dat wat vroeger ‘typisch autisme’ was, nu als karikaturaal of overdreven wordt bestempeld. Dat je steeds vaker hoort spreken van ‘echte autisten’ is volgens Vermeulen een symptoom van het feit dat we bij de verruiming en verbreding van autisme uit de bocht zijn gevlogen.

Het begrip autisme is te ruim geïnterpreteerd 

‘Het begrip autisme wordt tegenwoordig zo ruim geïnterpreteerd dat het nog weinig zegt. Autistisch is synoniem geworden van een erg uiteenlopende reeks begrippen en labels: excentriek, nerd, schuchter, hypersensitief, hoogbegaafd, rare vogel, teruggetrokken, zwijgzaam, gepassioneerd, koppig, eigenwijs enzovoort.’ Wat men tegenwoordig allemaal autisme en autistisch noemt, staat mijlenver van datgene waarvoor de term oorspronkelijk bedoeld was. ‘Computernerds, verstrooide professoren, kunstzinnige buitenbeentjes, gepassioneerde hobbyisten en knullige echtgenoten, het zijn tegenwoordig allemaal autisten. Autisme is ondertussen wellicht het meest opgeblazen en uitgeholde diagnostische etiket uit de hele DSM.’ Autisme is volgens Peter Vermeulen ook nog op een andere manier te groot geworden. Ongeacht of de diagnose terecht is of niet, het lijkt erop dat zodra iemand de diagnose autisme krijgt ál het gedrag van die persoon aan dat autisme wordt gelinkt. ‘We lijken te vergeten dat autisme niet de énige verklaring is voor het gedrag van mensen met autisme.’

Focus op wat verbindt in plaats van wat onderscheidt

Om verdere uitholling van het begrip autisme te vermijden vindt Vermeulen het wenselijk om de term autisme alleen nog te reserveren voor mensen bij wie er sprake is van een functiestoornis (die er al was op jonge leeftijd) én van langdurige en belangrijke beperkingen in het alledaags functioneren. Maak autisme kleiner en focus op wat mensen met en zonder autisme verbindt in plaats van wat hen onderscheidt, zegt hij. Want er zijn meer overeenkomsten dan verschillen tussen autistische en niet autistische breinen.

‘Autisme is, hoe groot de impact ook moge zijn op iemands leven, maar één van de vele eigenschappen van een persoon. Die persoon is in de eerste plaats een mens met dezelfde menselijke behoeften als alle andere mensen. Laat ons autisme niet verder opblazen en het weer tot de proporties herleiden waarmee we het in het juiste perspectief kunnen plaatsen en waarmee het de waarde krijgt waarvoor de term oorspronkelijk bedoeld werd.’

Anita Veenkerk schrijft columns en artikelen over haar ervaringen met haar jongste zoon, met wie het op de basisschool niet goed ging. In groep 3 en 4 kreeg hij steeds meer gedragsproblemen. Uiteindelijk kwam hij op het speciaal onderwijs terecht (cluster 4). Maar niemand kon nu echt vertellen wat er nu precies aan de hand was met hem. Volgens de ene deskundige was het autisme, volgens de andere Gilles de la Tourette. En weer een andere deskundige zei dat er niets mis met hem was... Inmiddels doet hij het erg goed op het HBO.

Deel via: