Blog Boudewijn

De afgelopen jaren hebben we meer artsen ontmoet dan ons lief is. We kunnen ze ons allemaal nog herinneren. Soms niet meer bij naam, maar dan wel bij een bepaalde ziekenhuisopname of andere medische situatie. Vers in het geheugen staat de kinderarts die acht jaar geleden vaststelde dat Flo een drietal ernstige hartafwijkingen had die hij zonder operatie niet zou overleven.

Voor hij ons dit vrijwel letterlijk zo vertelde, had hij ons vriendelijk aangekeken. Een klein man, met een donkerblauwe schipperstrui aan. ‘Ik ga zo naar het hart van uw zoon kijken. Stelt u mij tussendoor geen vragen, ik wil eerst even rustig kijken. Daarna zal ik u alles uitleggen’, had hij gezegd. Woorden die voor altijd in mijn geheugen gebeiteld staan.

Dus keken wij stilzwijgende naar de monitor waarop het zieke hartje van onze twee weken oude zoontje te zien was. Daarna volgden de cardiologen, de chirurg, de intensivisten en nog meer kinderartsen. En in de jaren daarna zouden er nog velen volgen. Ik ben niet erg goed in het onthouden van gezichten en al helemaal niet in het onthouden van wie wat gezegd heeft. De reden dat ik de tientallen artsen en verpleegsters wel moeiteloos voor de geest kan halen, moet dus iets bijzonders zijn. Misschien omdat je als het om de gezondheid van je kinderen gaat, een ongekende scherpte krijgt. Een soort oerinstinct om de situatie compleet onder controle te hebben en alle mogelijke signalen in je op te nemen, waardoor al je zintuigen op scherp staan.

Hoe dan ook, de medische staf van een aantal ziekenhuizen heeft – of ze het willen of niet – een onuitwisbare indruk op ons gemaakt. Niet al die indrukken zijn positief te noemen. Het is bekend dat veel artsen het niet van hun communicatieve kwaliteiten moeten hebben. Maar de uitgesproken ongevoeligheid die menigeen ten tonele brengt, is soms moeilijk te verkroppen. Toch ben je bereid veel te vergeven. Uiteindelijk gaat het niet om wat ze zeggen maar om wat ze doen.

De hartchirurg die tot twee keer toe urenlang aan Flo’s hartje werkte, krijgt geen schoonheidsprijs voor de manier waarop hij ons naderhand te woord stond. Maar who cares? Hij had tenslotte wel het leven van onze zoon gered. Gelukkig waren daar vervolgens ook de verpleegsters die vrijwel zonder uitzondering met ongekende toewijding, hartelijkheid en begrip ons hielpen om op de been te blijven en vertrouwen in onszelf als ouders te houden.

Wat maakt een kinderarts nou een fijne arts, heb ik me wel eens afgevraagd. Dan kom je al snel tot de conclusie dat de arts die zich het meest betrokken en begripvol toont, een heleboel streepjes voor heeft op zijn minder communicatieve collega’s. Een arts waarbij je je als ouder gehoord voelt, iemand die de tijd voor je neemt wint het al snel van de arts die in ferme taal zegt waar het op staat.

We hebben met beide soorten het genoegen gehad. Soms in hetzelfde ziekenhuis, op dezelfde afdeling. Toen Flo aan zijn benen geopereerd werd bijvoorbeeld. ‘Woont hij nog thuis?’, vroeg de ene, zonder mij aan te kijken. Flo was toen vijf jaar oud en lag als een zielig hoopje ellende bij te komen van de operatie.

‘Waar luistert hij naar’, vroeg een andere later, toen hij Flo op zijn kamer bezocht en hem in zijn bed aantrof met een grote koptelefoon op zijn hoofd. ‘Boudewijn de Groot’, antwoordde ik. Om er als een soort van verklaring aan toe te voegen dat dat het enige is waar hij naar wil luisteren. De arts keek mij aan met een blik die het midden hield tussen ongeloof en enthousiasme. ‘Doet hij het ook zonder koptelefoon?’, zie hij, gebarend naar Flo’s muziekapparaat. Ik trok de koptelefoon los waarna de stem van Boudewijn door de kamer klonk. De arts boog zich over het bed om een verbaasde en licht geïrriteerde Flo voorzichtig te onderzoeken, terwijl hij luidkeels zong: ‘Maar liever dat nog, dan het bord voor zijn kop van de zakenman…’. Het duurde niet lang voor Flo’s verbaasde blik plaatsmaakte voor een brede lach. Na het onderzoek sloot hij de koptelefoon weer aan en zette hem voorzichtig terug op Flo’s hoofd.

Flo is een jongetje van negen jaar oud. Flo is een beetje anders dan andere kinderen van negen. Nou ja, behoorlijk anders eigenlijk. Hij heeft door een genetische afwijking een ernstige ontwikkelingsachterstand waardoor hij bijvoorbeeld niet zelfstandig kan lopen en niet kan praten. Flo kan wel heel hard en aanstekelijk lachen!

Deel via:     

Lees ook de andere blogs van Flo & Ko

Lees ook