De eigenheid van mijn zoon

Blog De eigenheid van zoon

Hannah Kwantes (1968) is naast moeder, partner, dochter en zus ook keramist. In haar familie en gezin komt autisme voor. Na te zijn opgegroeid met een vader en zus(sen) met vermoedelijk autisme, heeft zij ook autisme in haar eigen gezin ontmoet.

In mijn buik was hij nog zo één met mij. Na een paar dagen couveuse, waar de afstand tussen ons soms letterlijk groot was, moest ik wennen aan dit mannetje. Zo beweeglijk als hij was.

Geluidloos lachen

Ik weet niet of elke moeder dat heeft, maar bij zoon had ik zo het gevoel dat hij, eenmaal uit mijn buik, zo’n eigenheid had. In mijn buik was hij nog één met mij, maar zo klein en afhankelijk hij was, kreeg ik bij hem heel sterk het gevoel dat hij een eigen wil had. Waar ik met mijn baby lekker wilde knuffelen en buidelen, maakte hem dat onrustig. Je zag de onrust en irritatie, als ik te dicht bij hem kwam.

Het duurde lang voordat hij begon met lachen. Maar toen dat er eenmaal door kwam lachte hij veel. Tot zijn 5e jaar heeft hij alleen maar stil gelachen. Er zat geen geluid bij. Ik kan me jaren later nog herinneren dat zoon voor het eerst hardop lachte, samen met een vriendje, op de basisschool. Man en ik keken elkaar aan en voelden ons gelukkig. Hij lacht écht!

Omhelzingen

Met 3 maanden oud ging hij, zodra hij op schoot zat met zijn gezicht naar mij toe, staan en wilde langs mij heen omhoog kruipen. De bank stond tegen de muur. Hij wilde de muur opklimmen. Wat wilde ik hem graag tegen mij aan hebben, knuffelen, kroelen. Ik voelde mij een moeder met armen die ik overhad om te omhelzen, want hij wilde die omhelzing niet. Er is één foto waarop te zien is dat zoon op mijn arm zit. Hij is 2,5 jaar oud. Hij houdt mij heel stijf vast en we staan wang tegen wang. Dat is zo’n dierbare foto, want dit gebeurde niet vaak. Later zocht hij vaker toenadering, alleen op zijn manier. Hij rende tegen mij aan, omhelsde mij heel stevig, bijna alsof hij door mij heen wilde denderen. Ik zag er zijn liefde in, hoe onstuimig en onhandig ook.

Machteloos

Tegen de tijd dat hij een jaar oud was, ging ik een keer op een avond weg. Zoon lag lekker in zijn bedje. Halverwege de avond werd ik gebeld door wanhopige papa. Zoonlief was niet meer tot bedaren te krijgen. Ik ging naar huis en haalde hem uit zijn bedje. Samen gingen we in de schommelstoel zitten. Het huilen was meer krijsen. Met geen mogelijkheid werd hij rustig. Ik heb hem stevig in mijn armen genomen. Hij worstelde om er uit te kruipen, maar zodra ik hem losser liet werd hij nog onrustiger. Dus bleef ik hem stevig vasthouden, totdat hij zich eindelijk overgaf en eindelijk in slaap viel. Na deze avond gebeurde dat regelmatig. Achteraf waren dat de eerste nachtangsten die hij tot ongeveer 13e jaar had. Op dat moment wisten wij dat nog niet en voelden ons zo machteloos in die buien. Later leerden wij dat wij hem moesten laten gaan in deze buien. Zorgen dat hij zich niet kon stoten of bezeren.

Verhuizen

Ruim 2,5 jaar na de geboorte van zoon gingen wij verhuizen. Hij was in die tijd zó onrustig. Logisch. Zijn bekende wereld veranderde. Als we in ons nieuwe huis aan het klussen waren, de ruimtes nog kaal, bleef hij maar rennen en schreeuwen geven. Totdat oma hem weer meenam, met zijn vuurrode wangen. Hij rende en stuiterde door, tot hij er bij neerviel.

Begrenzen

Zoon had in alles zoveel begrenzing en sturing nodig. Van huis uit heb ik dat niet meegekregen. Ik ben opgegroeid zonder al te veel regels, structuur en duidelijkheid. Gelukkig had mijn man dat wel heel sterk. In de eerste jaren als moeder ben ik echt gegroeid hierin. Van tevoren had ik allerlei ideeën over het moederschap. We gaan samen gezellig cultureel doen, op visite bij anderen. Van de week was ik in een lunchroom waarin ook veel jonge ouders met kinderen waren. Ik verbaasde mij er over dat deze kinderen bleven zitten, rustig konden spelen en hooguit wat jengelden. Al deze dingen lukte niet met zoon. In een andere omgeving stuiterde hij er zo op los, dat als ik hem niet heel erg had begrensd hierin, hij op de tafel en in de vensterbank had staan springen. Iets leuks doen ontaarde al snel in ongeremd gedrag. Ik leerde mij aanpassen aan hem. Gelukkig woonden wij in een rustig en sociaal buurtje in een dorp waar we een paar ouders leerden kennen die hem zagen zoals hij was. Die ons steunden in onze opvoeding. Misschien ook omdat wij altijd open zijn geweest en duidelijk hebben verteld wat hij in onze nodig had?  

Lees ook de andere blogs van Hannah Kwantes 

Deel via:     

Lees ook